In gesprek met Jurjen ten Brinke over de kerk, de stad dienen en samenwerking.
Toen ruim 20 jaar geleden de vraag kwam om een gemeente te stichten in Amsterdam Noord, is Jurjen ten Brinke (48) samen met zijn gezin verhuisd naar onze hoofdstad. Daar is hij lange tijd voorganger geweest van Hoop voor Noord. Inmiddels heeft hij een nieuwe rol: ‘aanjager verbinding kerken in Amsterdam’. Jurjen legt het zelf uit als: “een soort overziener die veel connecties heeft in de stad.”
Samenwerking als missionaire strategie
“Ik probeer zoveel mogelijk kerken aan elkaar te verbinden, van welke signatuur dan ook, omdat Johannes 17, het hogepriesterlijk gebed, ook iets zegt over eenheid. Jezus die bidt daar: ‘Laat hen één zijn, zoals wij één zijn, Vader, opdat de wereld weet dat u zond uw zoon.’ Dus kennelijk mag je op grond van het Nieuwe Testament zeggen dat samenwerking ook een missionaire strategie is. Als je goed samenwerkt dan zal de wereld weten dat als je met één stem spreekt, één lichaam van Christus bent, hetzelfde Koninkrijk van God najaagt in de stad.”
Jurjen kijkt verder dan kerken en gemeentes en zoekt ook verbinding met andere christelijke initiatieven in de stad en de lokale politiek. “Bid voor de vrede van de stad zet je in voor haar bloei, want in de bloeiende voorspoed van de stad ligt ook jullie bloei.” (Jeremia 29) “Dus ik probeer kerken te verbinden, maar ook kerken met ministries in de stad te verbinden. Ministries op de Wallen, dak- en thuislozen …, maar ook gebedsbedieningen in de stad, werk wat in de haven gebeurt, voedselbanken, vluchtelingen…”
Het doel ligt buiten onszelf
Hoe kun je dan samen met andere kerken en ministries Gods Koninkrijk zichtbaar maken? “Wat volgens mij helpt is dat je een doel buiten jezelf hebt.”
“Hier in Amsterdam Noord hebben wij een héél goed functionerend voorgangers netwerk. Wat meespeelt is dat wij al heel lang in dit stadsdeel wonen en werken. En het heeft ook echt zeker vijftien jaar geduurd om dit netwerk op te bouwen tot waar we nu zijn.” Niet alleen de voorgangers kennen elkaar, ook de muziekleiders, kinder- en jeugdwerkers kennen elkaar. “En het doel is om de mensen in Amsterdam Noord de liefde van God en de boodschap van Jezus te laten zien. Dus het doel ligt buiten onszelf.”
Gods liefde laten zien kan op veel verschillende manieren. Jurjen vertelt hoe dat eruitziet bij Hoop voor Noord: “Wij hebben altijd geprobeerd om diaconaat en missionair werk echt hand in hand te laten gaan.”
Na een telefoontje van gemeente Amsterdam en het Leger des Heils werd Hoop voor Noord afgelopen winter een opvang. “Wij hebben dus vier keer vijf dagen, veertig bedden in de kerk gehad. En onze gemeente ging helemaal aan. Die gingen spelletjes doen, of met mensen bidden of brachten eten. We hadden het gecommuniceerd in de app van de buurt van: ‘Joh, als je extra reuring ziet bij de kerk; dat komt omdat we daklozen opvangen.’ De reactie was: ‘O, wat tof, kunnen wij ook wat doen?’ Dus allerlei buurtbewoners die niet gelovig zijn, gingen ook eieren bakken ‘s morgens om half acht en kwamen ze naar de kerk brengen. … Dus ook heel mooi dat je dus niet alleen een gebouw hebt waar je veldbedden in zet, maar er ook een community bij krijgt. Dát is de kracht van kerk.”
Je bent 24/7 getuige
In de afgelopen 21 jaar heeft Jurjen ook een paar honderd kerken geholpen om missionair te zijn tijdens spreekbeurten in het land. Hij vindt dat iedereen in de gemeente een verantwoordelijkheid heeft om getuige te zijn. “Je bent een 24/7 christen, dus je bent ook 24/7 getuige. Als je thuis bent, naar je buren, naar je collega’s, wat dan ook.” Doordat Jurjen hier principieel in is, is het ook terug te zien in het DNA van gemeenteleden. “Dan hebben we zo’n daklozenopvang en dan moeten er op zondagochtend even wat mensen extra komen om bedjes op te ruimen, maar dan wordt er ook tegen de daklozen gezegd: ‘Anders blijf je toch gewoon?’”
In de ‘help-modus’
“Ik denk dat wij, christenen, te vaak in de help-modus zitten.” Jurjen vertel over een ervaring die hem veranderd heeft:
Toen de luistergroep was afgelopen en er nog opgeruimd moest worden, waren Jurjen en een collega in de weer met een zware tafel. Dat ging niet helemaal goed, ze hadden hulp nodig. “Dus ik zei: ‘Nou wacht even.’ Ik liep naar buiten en Rick* liep net weg op het kerkplein bij Hoop voor Noord en toen zei ik: ‘Rick, kun je nog even terugkomen, even helpen?’ En hij draaide zich om en hij verstijfde helemaal. Dus ik zei: ‘Kun je even helpen nog of heb je geen tijd?’ ‘Jawel’, zei hij, ‘dat kan wel.’ Dus kwam hij terug. En toen begon hij te huilen. […] Ik zeg: ‘Kom op, pak even een kop koffie. Wat is er? Heeft dat je geraakt vanmorgen?’ ‘Oh nee, dat is het niet… Nee, laat maar.’ Ik zei: ‘Nee, Rick ik laat je zo niet gaan.’ En toen, het raakt me nog steeds, zei hij: ‘Jurjen, ik kan mij niet herinneren, in de afgelopen 25 jaar dat iemand mijn naam heeft genoemd met daarachter de vraag ‘wil je even helpen?’ Ik wórd altijd geholpen.[…] Dank je wel dat ik jullie mocht helpen.’”
*Rick is een verzonnen naam.
“En toen dacht ik verdorie, wij als christenen, ik, altijd maar aan het helpen. Wij moeten gewoon veel meer leren dienen, mensen in hun kracht zetten, mensen erkennen als mens. Mensen bij naam noemen en vragen wil je mij helpen? We moeten veel meer leren dat we andere mensen erkennen als mens en hen uitnodigen in ons leven om mee te doen, zodat ze iets gaan proeven van de liefde van Jezus. Het is volgens mij een diepe les, maar wel een hele belangrijke.”
3 tips om als kerk missionair te zijn
Schakel zoveel mogelijk mensen in
“Dien mensen door hen in hun kracht te zetten. Je kunt het allemaal regelen voor de daklozen, maar het is natuurlijk veel leuker als die daklozen zelf gaan helpen en dat je het met elkáár doet.” Het wordt makkelijker om mensen te dienen als je hen ziet als gemaakt naar Gods beeld. Geef hen de gelegenheid om dat dan ook te reflecteren.
Start iets nieuws
Bij de oprichting van Hoop voor Noord is het missionair zijn direct in het DNA van de gemeente gestopt en in alle facetten vormgegeven, vertelde Jurjen. “Ik ben eigenlijk geneigd om te zeggen dat je soms niet meer moet willen veranderen, maar dat je ook gewoon mag accepteren wat er is en dat je daarnaast iets anders neerzet.” Start bijvoorbeeld een bijeenkomst om 12.00 met een lunch voor mensen uit de buurt. Die kun je dan op een laagdrempelige manier invullen voor mensen die niet bekend zijn met het geloof en de kerk. “Dat betekent nadrukkelijk níet dat de bestaande gemeente iets ‘fout’ doet. Je erkent juist haar eigen kracht, zonder dat je daar aan wilt tornen.”
Zorg dat de visie ook terugkomt in de prediking
Wanneer je als gemeente de visie hebt om ook missionair te zijn, dan moet je dat ook terug horen in de prediking. “Het is natuurlijk uiteindelijk van belang dat je niet alleen goed Bijbelonderwijs geeft, maar dat je ook je gemeente meeneemt in de visie.” Hij zag Tim Keller vaak aan het begin van de preek iets vertellen over wat er eerder die week is gebeurd. Dat heeft hijzelf overgenomen. “Er wordt gewoon weer eens goed op een rijtje gezet wat we eigenlijk willen en verlangen.”